ЖАНРЫ

Nauka Holenderskiego przez Literatur?: Analiza i T?umaczenie 'Max Havelaar' z Klasyki Niderlandzkiej
Шрифт:

De Adhipatti beging de fout van een te snel antwoord niet. (Adhipatti nie popelnil bledu zbyt szybkiej odpowiedzi; de Adhipatti – Adhipatti, beging de fout – nie popelnil bledu, van een te snel antwoord – zbyt szybkiej odpowiedzi, niet – nie). De kleine maas was reeds al hurkend achterwaarts teruggekropen tot aan den ingang der pendoppo, waar hy onder zyn makkers plaats nam… (Maly chlopiec juz cofnal sie kucajac do wejscia do pendoppo, gdzie zajal miejsce wsrod swoich towarzyszy; de kleine maas – maly chlopiec, was reeds al hurkend achterwaarts teruggekropen – juz cofnal sie kucajac, tot aan den ingang der pendoppo – do wejscia do pendoppo, waar hy onder zyn makkers plaats nam – gdzie zajal miejsce wsrod swoich towarzyszy). de Regent had reeds zyn lippen en weinige tanden bruinrood geverwd met het speeksel zyner sirie, voor hy zeide: (Regent mial juz brazowo-czerwone usta i kilka zebow zabarwionych slina z sirih, zanim powiedzial:; de Regent had reeds zyn lippen en weinige tanden bruinrood geverwd – Regent mial juz brazowo-czerwone usta i kilka zebow zabarwionych, met het speeksel zyner sirie – slina z sirih, voor hy zeide – zanim powiedzial):

Ja, er is veel volk in Pandeglang. (Tak, w Pandeglang jest duzo ludzi; ja, er is veel volk in Pandeglang – tak, w Pandeglang jest duzo ludzi).

Voor wien den Regent en den kontroleur kende, voor wien de toestand van Lebak geen geheim was, had het duidelyk kunnen blyken dat het gesprek reeds een stryd was geworden. (Dla tych, ktorzy znali Regenta i kontrolera, dla tych, ktorzy znali sytuacje w Lebak, bylo jasne, ze rozmowa juz stala sie walka; voor wien den Regent en den kontroleur kende – dla tych, ktorzy znali Regenta i kontrolera, voor wien de toestand van Lebak geen geheim was – dla tych, ktorzy znali sytuacje w Lebak, had het duidelyk kunnen blyken – bylo jasne, dat het gesprek reeds een stryd was geworden – ze rozmowa juz stala sie walka). Een toespeling namelyk op den beteren staat der wegen in een naburige afdeeling, scheen het vervolg te wezen op vergeefsche pogingen om ook in Lebak dusdanige betere wegen te doen aanleggen, of de bestaande beter te onderhouden. (Aluzja do lepszego stanu drog w sasiedniej czesci wydawala sie byc kontynuacja nieudanych prob budowy podobnych lepszych drog w Lebak lub lepszego utrzymania istniejacych; een toespeling namelyk op den beteren staat der wegen – aluzja do lepszego stanu drog, in een naburige afdeeling – w sasiedniej czesci, scheen het vervolg te wezen – wydawala sie byc kontynuacja, op vergeefsche pogingen om ook in Lebak dusdanige betere wegen te doen aanleggen – nieudanych prob budowy podobnych lepszych drog w Lebak, of de bestaande beter te onderhouden – lub lepszego utrzymania istniejacych). Doch hierin had de Regent gelyk, dat Pandeglang dichter bevolkt was, vooral in verhouding tot de veel kleinere oppervlakte, en dat dus daar de arbeid aan de groote wegen, door vereende krachten ligter viel dan in 't Lebaksche, een afdeeling die op honderde palen oppervlakte, slechts zeventigduizend inwoners telde. (Jednak Regent mial racje, ze Pandeglang jest gesciej zaludnione, zwlaszcza w stosunku do znacznie mniejszej powierzchni, i ze praca nad glownymi drogami tam byla lzejsza dzieki wspolnym wysilkom niz w Lebak, czesci o powierzchni stu mil zaledwie siedemdziesiat tysiecy mieszkancow; doch hierin had de Regent gelyk – jednak Regent mial racje, dat Pandeglang dichter bevolkt was – ze Pandeglang jest gesciej zaludnione, vooral in verhouding tot de veel kleinere oppervlakte – zwlaszcza w stosunku do znacznie mniejszej powierzchni, en dat dus daar de arbeid aan de groote wegen – i ze praca nad glownymi drogami tam, door vereende krachten ligter viel dan in 't Lebaksche – byla lzejsza dzieki wspolnym wysilkom niz w Lebak, een afdeeling die op honderde palen oppervlakte – czesci o powierzchni stu mil, slechts zeventigduizend inwoners telde – zaledwie siedemdziesiat tysiecy mieszkancow).

Dat is waar, zei Verbrugge, we hebben weinig volk hier, maar… (To prawda, powiedzial Verbrugge, mamy tu malo ludzi, ale…; dat is waar – to prawda, zei Verbrugge – powiedzial Verbrugge, we hebben weinig volk hier – mamy tu malo ludzi, maar – ale…)

De Adhipatti zag hem aan, als wachtte hy een aanval af. (Adhipatti spojrzal na niego, jakby oczekiwal ataku; de Adhipatti zag hem aan – Adhipatti spojrzal na niego, als wachtte hy een aanval af – jakby oczekiwal ataku). Hy wist dat er na dat ‘maar’ iets volgen kon, dat onaangenaam zou te hooren zyn voor hem, die sedert dertig jaren Regent van Lebak geweest was. (Wiedzial, ze po tym "ale" moze nastapic cos, co bedzie dla niego nieprzyjemne do uslyszenia, dla niego, ktory od trzydziestu lat byl Regentem Lebak; hy wist dat er na dat maar iets volgen kon – wiedzial, ze po tym "ale" moze nastapic cos, dat onaangenaam zou te hooren zyn voor hem – co bedzie dla niego nieprzyjemne do uslyszenia, die sedert dertig jaren Regent van Lebak geweest was – dla niego, ktory od trzydziestu lat byl Regentem Lebak). Het scheen dat Verbrugge op dit oogenblik geen lust had den stryd voorttezetten. (Wydawalo sie, ze Verbrugge w tym momencie nie mial ochoty kontynuowac walki; het scheen dat Verbrugge op dit oogenblik – wydawalo sie, ze Verbrugge w tym momencie, geen lust had den stryd voorttezetten – nie mial ochoty kontynuowac walki). Althans hy brak 't gesprek af, en vroeg weder aan den mandoor-oppasser of hy niets komen zag? (Przynajmniej przerwal rozmowe i ponownie zapytal mandoor-oppassera, czy nic nie nadchodzi?; althans hy brak 't gesprek af – przynajmniej przerwal rozmowe, en vroeg weder aan den mandoor-oppasser – i ponownie zapytal mandoor-oppassera, of hy niets komen zag – czy nic nie nadchodzi).

Ik zie nog niets van den kant van Pandeglang, mynheer de kontroleur, maar daar-ginds aan de andere zyde rydt iemand te-paard… het is de toewan kommendaan. (Nie widze jeszcze niczego od strony Pandeglang, panie kontrolerze, ale tam po drugiej stronie jedzie ktos konno… to pan komendant; ik zie nog niets van den kant van Pandeglang – nie widze jeszcze niczego od strony Pandeglang, mynheer de kontroleur – panie kontrolerze, maar daar-ginds aan de andere zyde rydt iemand te-paard – ale tam po drugiej stronie jedzie ktos konno, het is de toewan kommendaan – to pan komendant).

Welzeker, Dongso, zei Verbrugge naar buiten starende, dat is de kommandant! Hy jaagt in deze buurt, en is vanmorgen vroeg reeds uitgegaan. (Oczywiscie, Dongso, powiedzial Verbrugge, patrzac na zewnatrz, to komendant! Poluje w tej okolicy i wyszedl juz wczesnie rano; welzeker, Dongso – oczywiscie, Dongso, zei Verbrugge naar buiten starende – powiedzial Verbrugge, patrzac na zewnatrz, dat is de kommandant – to komendant, hy jaagt in deze buurt – poluje w tej okolicy, en is vanmorgen vroeg reeds uitgegaan – i wyszedl juz wczesnie rano). He, Duclari… Duclari! (Hej, Duclari… Duclari; he, Duclari – hej, Duclari, Duclari – Duclari!)

Hy hoort u al, mynheer, hy komt hierheen. Zyn jongen rydt achter hem, met een kidang achter zich over 't paard. (Juz pana slyszy, panie, nadchodzi. Jego chlopak jedzie za nim, z sarna na grzbiecie konia; Hy hoort u al – juz pana slyszy, mynheer – panie, hy komt hierheen – nadchodzi, Zyn jongen rydt achter hem – jego chlopak jedzie za nim, met een kidang – z sarna, achter zich over 't paard – na grzbiecie konia).

Pegang koedahnja toewan kommendaan – gebood Verbrugge aan een der bedienden die buiten zaten. Bonjour, Duclari! Ben je nat? Wat heb je geschoten? Kom binnen! (Pegang koedahnja toewan kommendaan – zawolal Verbrugge do jednego ze sluzacych siedzacych na zewnatrz. Bonjour, Duclari! Jestes mokry? Co upolowales? Wejdz do srodka; gebood Verbrugge – zawolal Verbrugge, aan een der bedienden die buiten zaten – do jednego ze sluzacych siedzacych na zewnatrz, Ben je nat? – Jestes mokry?, Wat heb je geschoten? – Co upolowales?, Kom binnen! – Wejdz do srodka).

Een krachtig man van dertigjarigen leeftyd en flinke militaire houding, hoewel van uniform geen spoor was, trad de pendoppo in. (Silny mezczyzna w wieku trzydziestu lat i o wygladzie wojskowym, chociaz nie mial na sobie munduru, wszedl do pendoppo; Een krachtig man – Silny mezczyzna, van dertigjarigen leeftyd – w wieku trzydziestu lat, en flinke militaire houding – o wygladzie wojskowym, hoewel van uniform geen spoor was – chociaz nie mial na sobie munduru, trad de pendoppo in – wszedl do pendoppo).

Het was de eerste-luitenant Duclari, kommandant van 't kleine garnizoen te Rangkas-Betoeng. (To byl porucznik Duclari, dowodca malego garnizonu w Rangkas-Betoeng; Het was de eerste-luitenant Duclari – To byl porucznik Duclari, kommandant van 't kleine garnizoen te Rangkas-Betoeng – dowodca malego garnizonu w Rangkas-Betoeng).

Verbrugge en hy waren bevriend, en hun gemeenzaamheid was te grooter, daar Duclari sedert eenigen tyd de woning van Verbrugge betrokken had in afwachting der voltooiing van een nieuw fort. (Verbrugge i on byli przyjaciolmi, a ich zazylosc byla tym wieksza, ze Duclari od pewnego czasu mieszkal u Verbrugge, czekajac na ukonczenie nowego fortu; Verbrugge en hy waren bevriend – Verbrugge i on byli przyjaciolmi, en hun gemeenzaamheid was te grooter – a ich zazylosc byla tym wieksza, daar Duclari sedert eenigen tyd de woning van Verbrugge betrokken had – ze Duclari od pewnego czasu mieszkal u Verbrugge, in afwachting der voltooiing van een nieuw fort – czekajac na ukonczenie nowego fortu).

Hy drukte dezen de hand, groette den Regent beleefd, en ging zitten onder de vraag: ‘wel, wat heb je al zoo hier?’ (Uscisnal mu dlon, uprzejmie przywital Regenta i usiadl, zadajac pytanie: „coz, co tu masz?”; Hy drukte dezen de hand – Uscisnal mu dlon, groette den Regent beleefd – uprzejmie przywital Regenta, en ging zitten onder de vraag – i usiadl, zadajac pytanie, wel, wat heb je al zoo hier? – coz, co tu masz?).

Wil je thee, Duclari? (Chcesz herbaty, Duclari?; Wil je thee – Chcesz herbaty, Duclari? – Duclari?).

Wel neen, ik ben warm genoeg! Heb je geen klapperwater? Dat is frisscher. (Nie, jestem wystarczajaco rozgrzany! Masz wode kokosowa? To jest bardziej orzezwiajace; Wel neen – Nie, ik ben warm genoeg – jestem wystarczajaco rozgrzany, Heb je geen klapperwater? – Masz wode kokosowa?, Dat is frisscher – To jest bardziej orzezwiajace).

Dat laat ik je niet geven. Als men warm is, houd ik klapperwater voor heel nadeelig. Je wordt er styf en jichtig van. Zie eens de koelies die zware vrachten over de bergen dragen: zy houden zich vlug en lenig door heet water te drinken, of koppi dahoen. Maar gemberthee is nog beter… (Nie pozwole ci tego pic. Kiedy jest goraco, uwazam wode kokosowa za bardzo szkodliwa. Stajesz sie od niej sztywny i podagre dostajesz. Spojrz na kulisow, ktorzy nosza ciezkie ladunki przez gory: pozostaja szybcy i zwinni, pijac goraca wode lub koppi dahoen. Ale herbata imbirowa jest jeszcze lepsza…; Dat laat ik je niet geven – Nie pozwole ci tego pic, Als men warm is – Kiedy jest goraco, houd ik klapperwater voor heel nadeelig – uwazam wode kokosowa za bardzo szkodliwa, Je wordt er styf en jichtig van – Stajesz sie od niej sztywny i podagre dostajesz, Zie eens de koelies – Spojrz na kulisow, die zware vrachten over de bergen dragen – ktorzy nosza ciezkie ladunki przez gory, zy houden zich vlug en lenig – pozostaja szybcy i zwinni, door heet water te drinken, of koppi dahoen – pijac goraca wode lub koppi dahoen, Maar gemberthee is nog beter – Ale herbata imbirowa jest jeszcze lepsza).

Поделиться с друзьями: